1625 – Athos in a Dutch novel by Gerard Koolschijn

In the Dutch novel Geen sterveling weet by Gerard Koolschijn (2012) the main character visits The Holy Mountain. The writer visited Athos in the early 70ties.  The chapter about Athos is beautifully and truthfully written but difficult to translate. So here, in Dutch, some parts of this chapter with some photo’s I recently took. Text by Gerard Koolschijn, many thanks for using it.

k grens 1

Voordat de nacht viel, slenterde ik langs de branding naar de heilige grens. Aan de voet van een met naaldbomen begroeide helling liep een houten omheining.k grens 2 De latten van het toegangshek vormden een kruis, en een houten bordje meldde in onbeholpen schrijfletters: ‘streng verboden toegang voor vrouwen, wijfjesdieren en voertuigen”. Het hek werd vrijwel nooit gebruikt. De berg had een eigen haven, Laurier (Dafni ,hv).

k doch 1Na een uur kwamen de eerste kustkloosters in zicht, sterke vestingen met machtige, gekanteelde torens en blinde muren, waaraan in de hoogte houten gaanderijen, balkons en monnikencellen hingen, geschoord door schuin ingestoken balken. Eeuwenlang hadden de monniken piraten moeten afslaan. De daken krioelden van de schoorstenen.k doch 2 Rond rode en blauwe kerkkoepels met gouden kruisen staken cipressen boven de muren uit. De gebouwen waren vervallen, de moestuinen overgroeid, het land werd nauwelijks bewerkt. De weinige overgebleven monniken baden. k doch 3

k panteleimonos

De zon verscheen boven de kam toen we bij het grote Russenklooster aanlegden. De hoofdkerk torende met zijn groene, beschimmelde spits boven de enorme monnikenkazernes uit, waarvan de daken waren ingezakt. Hier hadden duizenden kloosterlingen gewoond. Nu dwaalden er nog veertig over de binnenplaatsen, waar het gras hoog opschoot. Door bressen in de muur waren kleinere kerken te zien met kleurige, afgebladderde koepels. Bij de gastenverblijven voor honderden Russische pelgrims groeiden bomen uit de vensters.

k pantelei Geen Rus had na de revolutie als monnik het land mogen verlaten. De natuur had de macht heroverd. Vanaf hun houten balkons zagen tachtigjarigen, die nog de luxueuze pelgrimsschepen uit de Krim op de rede hadden gezien, ons kleine kaikje vertrekken.

k serailIk kon geen monnik meer zien. Maar het Russische Serail mocht ik niet overslaan. Het lag op mijn pad, dichtbij het hoofddorp. Er was geen portier. Op de binnenhof stond tussen meniekleurige cellengebouwen en gastenverblijven een kerk als een kathedraal. Uitgemergelde katten schoten onder omrasteringen weg. Door het gras liep een smal, platgetreden spoor naar de marmeren trap van het hoofdgebouw. De hol klinkende gangen hingen vol schilderijen van tsaren en ankerende stoomschepen. Op de trapleuningen stonden lantaarntjes. De eetzaal voor vijftienhonderd monniken lag vol rottende bladeren.

k eetzaal

hv

This entry was posted in books and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s